Súdwest-Fryslán zet in op preventie

2020: 25 juni

Anders dan in voorgaand semester waren er in Súdwest-Fryslân te weinig studenten van verschillende opleidingen om een Atelier Sociaal Domein op te starten. De drie studenten die in de gemeente aan de slag gingen deden dat dus solitair, maar wel in nauwe samenspraak met de gemeente en samen met zorg- en welzijnsorganisaties. Met als overkoepelend thema: ‘preventie en kracht van de samenleving’. 

Derdejaars student Social Work Harm Sikkes (24) volgde het afgelopen semester de minor Verslavingskunde. Hij leverde een bijdrage aan het terugdringen van het alcohol- en genotmiddelengebruik in de gemeente Súdwest-Fryslân binnen het project Cool Súdwest. Een in 2018 gestart initiatief om het alcohol- en drugsgebruik onder jongeren in de gemeente terug te dringen.

“Súdwest-Fryslân is een van de zes pilotgemeenten in het land die proefdraaien met het zogenaamde IJslandse model”, vertelt Harm. “Daar wisten ze het genotsmiddelengebruik onder jongeren terug te dringen van het hoogste Europese percentage in 2000 tot het laagste nu.” Het IJslandse model gaat uit van zero-tolerance, betekenisvolle dagbesteding en actieve betrokkenheid van ouders.

Harm richtte zich op betekenisvolle dagbesteding. Hij ging samen met jongerenwerkers op pad en met jongeren in de gemeente in gesprek. Terugkerend onderwerp was dat jongeren moeite hebben om een (bij)baantje te vinden, terwijl ze daar wel de (vrije)tijd voor hebben. Samen met enkele jongeren bedacht Harm een oplossing die aansluit bij hun dagelijks leven en interesse. “We kwamen uit op het plaatsen van vacatures op Instagram en ontwikkelden daarvoor een prototype voor eigentijds solliciteren. De advertentie op Instagram linkt direct door naar de ondersteuning vanuit Cool Súdwest: het samen met de sollicitant maken van een sollicitatie filmpje. Dat spreekt jongeren aan en het werkt, zo blijkt uit de belangstelling.”

Stichting Sociaal Collectief is de partij die interessante vacatures verzamelt en plaatst. Vervolgens kunnen de sollicitanten zich bij hen melden om het filmpje te maken. Hoe eigentijds, mooi en gemakkelijk kan het zijn.

Op snijvlak zorg en welzijn
Gemeente Súdwest-Fryslân draait een pilot ‘Vernieuwing in het zorglandschap’ met als belangrijk aandachtspunt het in praktijk verbinden van de domeinen zorg en welzijn. Disciplines die sterk in elkaars verlengde liggen, maar met name door de financiering vanuit de zorgverzekeringswet en de WMO  vaak letterlijk van elkaar zijn gescheiden.

De gemeente wil hier graag verandering in brengen. Allereerst om er voor te zorgen dat de inwoners ondersteund worden vanuit de visie één huishouden, één plan en één aanpak. De inzet is tevens om meer aan preventie en vroegsignalering te kunnen doen, met als ‘bijkomend voordeel’ dat er op termijn bespaard kan worden op (dure) zorgkosten. 

Mooi voorbeeld van dat laatste is de pilot in Bolsward en omgeving waarin de gemeente een aantal wijkverpleegkundigen de huishoudelijke hulp laat indiceren. Iets wat tot voor kort en elders aan medewerkers van de gebieds- en wijkteams wordt overgelaten. Vierdejaars Verpleegkundestudent Larissa Meek deed in samenspraak met de gemeente onderzoek naar de ervaringen van de wijkverpleegkundigen. En dan met name of ze voldoende kennis en handvatten hebben om een gedegen en onafhankelijke indicatie te stellen. Ze trad hiertoe in contact met de vier (ervaren) wijkverpleegkundigen van Patyna.

Door de corona crisis werd het moeilijk samen op pad te gaan en interviews te houden. Daarom koos ze voor een online vragenlijst met zowel open als gesloten vragen over de indicatiestelling, gebruikmaking van protocollen en hulpmiddelen en over noodzakelijke, dan wel ontbrekende kennis en competenties.

De uitkomsten waren tamelijk eensluidend. De wijkverpleegkundigen kunnen voldoende uit de voeten met het protocol (dat leefgebieden in kaart brengt) en – mede op basis van hun ervaring en competenties – prima een indicatie stellen. Waarbij behalve huishoudelijke hulp, soms ook al wordt bekeken of er ook behoefte is aan thuiszorg. Uit de discussie die tijdens de presentatie van het onderzoek ontstond, werd vooral die vroegsignalering als belangrijke opbrengst van het onderzoek gezien. 

De respondenten gaven aan niet per se hulpmiddelen nodig te hebben. Larissa: “Ik kan me echter goed voorstellen dat minder ervaren wijkverpleegkundigen daar wel behoefte aan hebben.” Voordeel van deze werkwijze is volgens de ondervraagde wijkverpleegkundigen ook dat ze eerder in contact zijn met de inwoner, waardoor er vertrouwen ontstaat en de wijkverpleegkundige een naam en gezicht heeft. Dat werkt drempelverlagend bij een eventueel latere zorgvraag.”

Een van de aanbevelingen was dat er voldoende stof is voor een vervolgonderzoek. Daarin kan volgens de deelnemers aan de presentatie (Werkplaats Sociaal Domein Friesland, gemeente en zorginstelling Patyna) een verdiepingsslag worden gemaakt. Zo kan bijvoorbeeld worden onderzocht wat het effect is van deze aanpak: neemt het geïndiceerde volume huishoudelijke hulp nu af (of toe), welke eisen stelt het aan wijkverpleegkundigen en afstudeerders die minder ervaring hebben en niet onbelangrijk: wat is de ervaring van inwoners?

De Werkplaats ziet het ook als een uitdaging om het werken op het snijvlak van zorg en welzijn mee te nemen in het curriculum van de verschillende opleidingen. Samengevat zien ze het onderzoek als een mooie aanleiding en signaal om meer werk te maken van het integreren van zorg en welzijn over de hele linie. 

Handhygiëne, hot item
Tot slot deed Verpleegkunde student Carianne Hesse (25) onderzoek naar de handhygiëne in de extramurale zorg; zeker met het oog op de corona-infecties geen overbodige luxe. Voorafgaand aan een enquête onder de medewerkers van Zorggroep Patyna, deed ze literatuuronderzoek. Belangrijkste uitkomsten? Alle zorginstellingen beschikken over landelijke, op wetenschappelijke basis gestoelde, richtlijnen en protocollen die ze moeten opvolgen om kruisbesmetting te voorkomen. Niet iedere organisatie is hier even goed mee bekend. Ronduit verontrustend is dat het merendeel van de extramurale zorgverleners onvoldoende op de hoogte is van de richtlijnen en protocollen. Meer dan de helft van hen maakt zich zorgen over het gebrek aan hygiënisch maatregelen in werktijd. Niet alleen voor de cliënt, maar ook voor de eigen gezondheid. 

Uit de enquête van Carianne komt (gelukkig) een minder dramatisch beeld naar voren. De gesloten vragen lieten zien dat negen van de tien medewerkers bekend zijn met de aanwezigheid van een protocol en zich kan vinden in de beschreven stappen. Driekwart zegt daar ook naar te handelen. Carianne: “De open vragen riepen echter een afwijkend beeld op. Die lieten zien dat lang niet iedereen het protocol (goed) leest en er naar handelt. Reactie was ook dat het protocol wel wat toegankelijker mag worden opgesteld. Minder omvangrijk en gemakkelijker te benaderen. Ook tijdens het werk.”

Vanwege de tegenstrijdigheden in de open en gesloten vragen, en het ontbreken van mogelijkheden om medewerkers persoonlijk te bevragen, pleit Carianne voor een vervolgonderzoek waarin zowel medewerkers als cliënten gehoord worden. Met het oog op de recente ervaringen in de gezondheidszorg – en met name de ouderenzorg-  tijdens de corona-pandemie lijkt dat zeer raadzaam.