Positieve gezondheid voor jongeren

2020: 24 juni

De gemeente Ooststellingwerf werkt al langer met het concept positieve gezondheid. Dit gaat uit van een brede kijk op gezondheid en helpt mensen nadenken over wat ze zelf kunnen doen om zich gezond te voelen, weerbaar te zijn en meer grip te ervaren op hun leven. Daarbij gaat het erom niet te kijken naar wat slecht gaat, maar naar wat belangrijk voor jou is en wat je zou willen.

In het Atelier Sociaal Domein in Ooststellingwerf pasten studenten van verschillende opleidingen en minoren het begrip positieve gezondheid toe op twee onderwerpen die in de gemeente spelen rond jongeren. Met behulp van Design Thinking is gekeken hoe positieve gezondheid een rol kan spelen in het verminderen van middelengebruik en het terugdringen van eenzaamheid. De studenten bogen zich ook over de vraag hoe de ouderparticipatie op de basisschool gestimuleerd kan worden. 

Presentatie Ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid

Obs de Stelling in Makkinga zou graag zien dat meer ouders de ouderenavonden van de school bezoeken. De ervaring leert immers dat ouders die ouderenavonden bezoeken eerder participeren in de Medezegenschapsraad of de Ouderschap vereniging. Bovendien wordt op deze avonden uitleg gegeven over de ouderbijdrage. Ook dat vindt de school belangrijk. 

Drie studenten van de opleiding Social Work deden op de basisschool onderzoek naar bruikbare interventies. Omdat zij vanwege corona geen ouders op het schoolplein konden aanspreken, zoals ze aanvankelijk van plan waren, zetten zij twee enquêtes uit: een via de school en een via Facebook om te polsen wat ouders zou kunnen bewegen om naar de ouderavonden te komen. In de enquête vroegen ze ook naar wat ouders tegenhoudt. 

Wat spreekt ouders aan?
Uit de enquêtes kwam naar voren dat ouders vooral geïnteresseerd zijn in onderwerpen die hun kinderen en de opvoeding aangaan, zoals veilig gebruik van social media, positief opvoeden en pesten. Het liefst gaan ze daarmee interactief aan de slag, bijvoorbeeld in een workshop. Als redenen om niet te komen, worden onder meer genoemd dat er aan het begin van het schooljaar te veel dicht op elkaar wordt georganiseerd, dat ze geen oppas kunnen krijgen en dat ze het te druk hebben met werk. 

Die uitkomsten vertaalden de studenten naar de vraag hoe de ouderparticipatie kan worden gestimuleerd. Daar kwamen drie ideeën uit, met als grootst gemene deler samen met ouders iets doen wat in de school kan worden gebruikt. Ze keken ook naar andere manieren om ouders meer te betrekken. Hiervoor bedachten ze onder meer een koffiemoment en een beroependag waarop ouders over hun beroep komen vertellen. Het koffiemoment viel af. Over de beroependag is de school enthousiast. Wel wilde ze er graag een beroepen- en hobbydag van maken om niemand buiten te sluiten en sociale inclusie te bevorderen. 

Lessons learned en feedback
De school complimenteerde de studenten tijdens de online presentatie. De oplossingen zijn breed en mooi. De  aanwezige vertegenwoordigers van de Stelling gaven aan er zeker mee aan de slag te gaan. De gemeente vulde nog aan dat deze ervaring in het Atelier Sociaal Domein ook voor haar nuttig is  geweest. Het leert haar hoe het atelier in de praktijk kan werken en wat daarvan de winst is.

—————————
Dit onderzoek werd uitgevoerd door: Lyan Bergsma, Renée Brouwer en Bart Sjoerdstra van de opleiding Social Work, vanuit de minor Creative Connections.
—————————

Presentatie Eenzaamheid onder jongeren

Wat is er nodig om eenzaamheid onder jongeren van 13 tot 18 jaar te verminderen en hen meer positieve gezondheid te laten ervaren? Op deze, door de gemeente gestelde vraag, probeerden studenten Trijntje Hoonstra (Social Work) en Nikita de Haan (Verpleegkunde) antwoord te vinden. Daarvoor verdeelden ze de taken. Nikita onderzocht vooral de factoren die eenzaamheid veroorzaken en dus risicofactoren zijn. Trijntje keek vooral naar wat eenzaamheid voor jongeren betekent en welke oplossingen zij zelf zien. 

De studenten zetten gezamenlijk een enquête uit, ook als alternatief voor het contactverbod vanwege  de coronacrisis. De enquête bestond deels uit open vragen en deels uit keuzevragen. In totaal kwamen 145 reacties binnen, mooi verdeeld over de leeftijden. Jongeren werd gevraagd of ze bepaalde gevoelens en ervaringen op zichzelf van toepassing achten. Om te voorkomen dat zij beïnvloed zouden worden door het onderwerp, werd het woord eenzaamheid in de multiplechoicevragen vermeden. In plaats daarvan werd gevraagd naar de behoefte aan contacten. 

Op basis van literatuuronderzoek stelden de studenten vooraf vast dat een verschil van minimaal 15% tussen de antwoorden van jongeren die wel of niet aangaven behoefte te hebben aan contact, duidt op een mogelijke oorzaak.

Sociale eenzaamheid
Met dat criterium konden pesten, onzekerheid en grensoverschrijdend gedrag als mogelijke oorzaken worden aangewezen. In de open vragen werd meer gevraagd naar de betekenis van eenzaamheid voor jongeren en welke oplossingen zij zelf zien. Hieruit kwam naar voren dat het bij jongeren die zich eenzaam voelen meestal gaat om sociale eenzaamheid. Slechts 16 van de 101 jongeren die ook de open vragen invulden, voelden zich emotioneel eenzaam. Ook werd hen gevraagd ook of ze zich in deze coronatijd eenzamer voelen. 23% antwoordde hierop bevestigend. 

Uit de oplossingen die de jongeren aandroegen, kwam naar voren dat eenzaamheid onder jongeren nog steeds taboe is. Meer aandacht voor het onderwerp werd bijvoorbeeld veel genoemd. Ook gaven  veel jongeren aan behoefte te hebben aan meer informatie. De studenten namen dit mee in hun conclusies en aanbevelingen. Zij concluderen dat de oorzaken van eenzaamheid – onzekerheid, pesten en grensoverschrijdend gedrag – factoren zijn waarvan de signalen herkenbaar kunnen zijn. Zij bevelen daarom aan dat docenten meer geschoold moeten worden in het herkennen van die signalen. 

Ook zou meer aandacht voor eenzaamheid op school volgens de studenten positief kunnen werken. Daarbij denken zij bijvoorbeeld aan een interactieve tool, gastlessen door jongeren die zelf met eenzaamheid worstelden en sociale weerbaarheidstrainingen. Ook het jongeren meer samen laten doen, op gebied van sport, cultuur of projecten op school, kan eenzame jongeren ondersteunen. 

Lessons learned en feedback
Via de chat werd de vraag gesteld of school wel de goede omgeving is om over eenzaamheid te praten als jongeren dat kennelijk nog zo moeilijk vinden. De studenten begrepen waar de vraag vandaan kwam, maar de jongeren zelf zien het onderwerp graag op school behandeld. Zoals er op school ook voorlichting wordt gegeven over alcohol en drugs. Ateliercoordinator Ina Holtrop merkte op dat het onderzoek mooi aantoont hoe belangrijk social work is als je ziet hoeveel sociale eenzaamheid er is onder jongeren.

————————-
Dit onderzoek werd uitgevoerd door: Nikita de Haan van de opleiding Verpleegkunde en Trijntje Hoonstra van de opleiding Social Work.
————————

Presentatie Verminderen middelengebruik met behulp van positieve gezondheid en het IJslands model

Eind jaren ’90 gebruikten IJslandse jongeren bovengemiddeld veel genotsmiddelen. De overheid besloot tot een serieuze aanpak. Die bestond onder meer bestond uit het invoeren van een avondklok voor de jeugd, het vergroten van de betrokkenheid van ouders en het organiseren vrijetijdsbesteding voor jongeren. De aanpak bleek een succes en staat sindsdien bekend als het IJslands model.

De gemeente Ooststellingwerf wilde weten of dit model, in combinatie met de positieve gezondheid waarop zij al langer inzet, ook voor haar interessant kan zijn. Studenten van de minor
Verslavingskunde en de opleiding Bestuurskunde gingen hiermee aan de slag. De eersten ondervroegen de jongeren (van 12 tot 18 jaar), waarvoor zij onder meer op pad gingen met jongerenwerkers van Scala. De laatsten interviewden enkele bestuurders en beleidsmedewerkers, onder wie ook de beleidsmedewerker van Súdwest-Fryslân die al met het IJslands model werkt.

Twee gezichtspunten
Er bleek een duidelijk verschil van inzicht te bestaan over wat middelengebruik veroorzaakt. De jongeren noemden vooral verveling, behoefte aan gezelligheid en meedoen/geaccepteerd worden als oorzaken. De bestuurders en beleidsmedewerkers wezen vooral op de omgeving. Middelen zijn volgens hen te makkelijk verkrijgbaar. Daarnaast keken zij naar de rol van de  ouders. Uit de enquête bleek dat verreweg de meeste jongeren hun ouders informeren over hun middelengebruik. Veel ouders stellen hiervoor regels op. De jongeren zien een ontmoetingsplek als beste oplossing voor het terugdringen van het middelengebruik. 

De inventarisatie van wat de gemeente op dit punt al doet, leverde een lijst aan maatregelen en projecten op, zoals ‘Nuchtere Fries’, NIX 18 en het inzetten van een mystery guest, om uit te zoeken op welke door jongeren aangegeven hotspots zij makkelijk aan drank kunnen komen. De studenten gingen in de literatuur op zoek naar andere voorbeelden en kwamen een aantal, voor Ooststellingwerf, bruikbare oplossingen tegen. Zoals een project in Harderwijk waar de gemeente chat met jongeren.

Geen standaard oplossing
Deze voorbeelden zijn meegenomen in de fase van ideeën vorming en het formuleren van oplossingen in het Design Thinking proces. Hieruit kwam naar voren dat de gemeente zeker iets kan hebben aan het IJslands model, maar dat dit aangepast moet worden aan de lokale omstandigheden. In Ooststellingwerf zou de ervaring met positieve gezondheid bijvoorbeeld een rol kunnen spelen. 

Om maatwerk te kunnen leveren, zou de gemeente beter zicht moeten krijgen op wat jongeren nu echt willen, concludeerden de studenten. Daar ontbreekt het nog aan. Zij adviseren de gemeente met jongeren in gesprek te gaan. Bijvoorbeeld in brainstormsessies of via een spel. Ander advies is vooral ook gebruik te maken van de goede relatie die de jongerenwerkers van Scala met de jeugd onderhouden.  

Lessons learned en feedback
Petra Esser, die de studenten vanuit NHL Stenden begeleidde, wilde weten hoe de duidelijke roep om een plek van de jongeren zich laat rijmen met het advies om eerst met de jongeren in gesprek te gaan. Volgens de studenten is het de vraag of de jongeren echt zo duidelijk weten wat ze willen. Het zou daarom goed zijn dat nog een keer te checken voor een locatie te realiseren. Zowel Esser als de gemeente kunnen zich daar iets bij voorstellen. Henk Dekker van Scala wil graag nog toevoegen dat de hele omgeving een rol speelt in het terugdringen van middelengebruik. Dat partijen elkaar daarin beter weten te vinden, is wat hem betreft de belangrijkste winst van het Atelier Sociaal Domein.

—————————
Dit onderzoek is uitgevoerd door Daniël Rijfkogel, Lisa Waebers, Daniek Bos, Dennis Robijn, Elise Vos, Feikje Rypkema, Megan Passage, Melissa de Boer, Sietske Rozenberg en Tom Trentelman van de minor Verslavingskunde en de opleiding Bestuurskunde.
—————————