Positieve gezondheid in Ooststellingwerf

2021: 18 januari

Drie onderzoeken naar beter samen leven

Samen met inwoners organisaties stelde de gemeente Ooststellingwerf in 2019 de Visie op Samenleven op. Goed samen leven is volgens de gemeente een meerjarig proces van samen ontdekken en leren. In het Atelier Sociaal Domein gingen studenten van verschillende opleidingen aan de slag met drie onderwerpen die een rol spelen in dat proces. Design Thinking, de methode die zij voor hun onderzoek gebruikten, sluit mooi aan op de visie van de gemeente. Hierin staat de mens centraal.

Ouderen met een alcoholprobleem in beeld
Maxime, François, Dette en Jeanine van de opleiding verslavingszorg wilden de relatie tussen alcoholgebruik en eenzaamheid bij 55+’ers onderzoeken. Al snel kwamen zij er echter achter dat het goed in beeld krijgen van de doelgroep een onderzoek op zichzelf was.

De studenten verlegden daarom het accent naar de vraag hoe die groep te vinden en bereiken (de empathizefase in Design Thinking). Uit de literatuur wisten zij dat overmatig drankgebruik bij ouderen een toenemend probleem is. Een van de oorzaken is eenzaamheid, zeker na het wegvallen van een partner. Daarnaast is de huidige generatie ouderen ook meer gewend om te drinken. Die gewoonte kan op latere leeftijd meer problemen geven omdat lichaamsfuncties dan door het drinken van alcohol sneller achteruitgaan.

Tijdens gastlessen van experts, leerden de studenten onder meer dat het goed is een onderscheid te maken tussen verslaafde ouderen en oudere verslaafden. Vooral die laatste groep is door hun levensstijl eerder oud. Ook is er een wisselwerking tussen verslaving en eenzaamheid. Die eenzaamheid draagt eraan bij dat 55+’ers met een alcoholprobleem een lastig te bereiken doelgroep is.

Onzichtbaar
Met veldonderzoek is geprobeerd toch een beeld te krijgen van de oudere probleemdrinker in Ooststellingwerf. De studenten ondervroegen verschillende ouderen die buiten aan het werk waren, omdat onderzoek binnen door corona niet mogelijk was. Uit dit veldonderzoek kwam naar voren dat de doelgroep op straat niet zichtbaar is. De studenten besloten daarop een online enquête uit te zetten om zo toch meer inzicht te krijgen in de behoefte van de doelgroep. Hierop kwamen 43 reacties.

Voor de analyse maakten ze onder meer gebruik van de zogenaamde De Jong-Gierveld schaal van eenzaamheid. Ook onderzochten ze aan de hand van foto’s van verschillende settings van eenzelfde situatie of ouderen bijvoorbeeld behoefte hebben aan een drankje als manier van ontspanning. Hieruit kwam naar voren dat een derde van de ouderen in Ooststellingwerf zich wel eens eenzaam voelt en dat 70 procent wel eens een drankje neemt om te ontspannen. Uit de enquête konden echter geen conclusies worden getrokken over overmatig alcoholgebruik.

Ons-kent-ons
Een aanvullend interview met de secretaris van Dorpsbelang Donkerbroek onderstreepte hoe moeilijk het is de doelgroep in beeld te krijgen. Zij vertelde dat er bij de vereniging geen geluiden zijn over eenzame oudere of over verslavingsproblematiek. Omdat Donkerbroek een hecht dorp is met een ons-kent-onscultuur, zouden signalen volgens haar wel moeten zijn opgevangen. De conclusie van de studenten was dan ook dat er de doelgroep of wordt opgevangen door de eigen omgeving of niet in beeld is. Verder onderzoek – in een tijd waarin meer mogelijk is – is nodig om hierover meer duidelijkheid te geven.

Zij gaven de gemeente als aanbeveling mee verder onderzoek te doen om de doelgroep en zijn behoeften goed in beeld te brengen. De vraag is volgens hen of die nu voldoende wordt bereikt. De schakel tussen aanbod en doelgroep ontbreekt. Ook is het goed om uit te zoeken of de dorpen, bijvoorbeeld door de dorpsbelangen, zelf al in voorzien of dat de gemeente hierin zelf nog actie kan ondernemen. Belangrijk is daarbij volgens hen in ieder geval dat informatie over het aanbod niet alleen online wordt aangeboden, maar ook met flyers en posters, dat deze informatie ook herhaaldelijk moet worden aangeboden om de doelgroep te bereiken en dat de toon niet belerend zou moeten zijn, maar dat ouderen weten dat er voor hen iets te halen is.

Participatie vanuit drie invalshoeken
In de Visie op Samenleven van de gemeente Ooststellingwerf is meedoen een sleutelwoord. Drie studenten onderzochten in hun atelier vanuit verschillende invalshoeken hoe dit kan worden bevorderd. Daarbij maakten ze gebruik van elkaars onderzoeksresultaten.

Tekort aan bestuursleden
Bart richtte zich in zijn onderzoek vanuit de opleiding Social Work op de vraag wat verenigingen kunnen doen om nieuwe bestuursleden te werven. Al direct na het begin van zijn onderzoek, merkte hij hoe nijpend het probleem is. De buurtvereniging BOON (Bewonersoverleg Oosterwolde Noord) waarmee hij samenwerkte om contacten in de gemeente te kunnen leggen, was zelf met spoed op zoek naar een nieuwe voorzitter, penningmeester en secretaris. Dat zette druk op het vinden van oplossingen. Hij besloot daarop zijn centrale vraag vanuit twee kanten te benaderen: hoe kunnen we snel nieuwe bestuursleden vinden voor BOON en wat is ervoor nodig om op de langere termijn te zorgen dat er voldoende aanwas is.

Voor het vervullen van de drie aanstaande vacatures, stelde Bart een flyer op. Hiervoor ging hij met een opzet in gesprek met het huidige bestuur. In nauw overleg kwamen ze tot een resultaat waarin de buurtvereniging zich goed herkende. Er werden duizend flyers gedrukt die aan huis werden verspreid maar ook actief aangeboden bij de supermarkt. Hierop kwamen vijftig reacties. Bart vroeg de vereniging hiervan zelf een analyse te maken om te bepalen of dit ook de reacties waren waarop zij hadden gehoopt. BOON bleek zeer tevreden en nam ook met een aantal kandidaten contact op.

Voor het onderzoek naar de langere termijn, gebruikte Bart een vragenlijst, waarin hij mensen onder meer vroeg naar de flyers. Veel buurtbewoners hadden die flyers wel gezien, maar toch niet gereageerd. Een van zijn conclusies was dan ook dat het goed is een flyer eerst bij een kleine groep te testen om een hogere respons te krijgen. Ook helpt het om flyers actief aan te bieden. Als aanbeveling geeft hij Ooststellingwerf mee studenten in een volgend atelier uit te laten zoeken of er best practices zijn uit andere gemeenten. Ook is het volgens hem interessant om te onderzoeken of er nieuwe manieren van besturen denkbaar zijn, die kunnen bijdragen aan het oplossen van het tekort aan bestuursleden.

Sport verbreden
Ook Sam doet de opleiding Social Work. Als actief sporter wilde hij kijken wat sport kan betekenen voor de positieve gezondheid van ouderen in de gemeente. Niet alleen omdat je van sporten en bewegen fitter blijft en het zingeving geeft, maar ook als middel voor ontmoetingen. Er gebeurt al erg veel op dit gebied in de gemeente, ontdekte hij bij zijn eerste inventarisatie. Maar met dit uitgebreide aanbod wordt vooral een doelgroep bereikt die al fit is. Hij spitste zijn onderzoek daarom toe op de vraag hoe ook minder fitte oudere kan worden bereikt.

Om inzicht te krijgen in wat mensen weerhoudt om te sporten, stelde hij personas op die verschillende redenen om niet te bewegen vertegenwoordigen, zoals fysieke beperkingen en psychische problemen. Vervolgens keek hij aan de hand van het concept ‘Welzijn op maat’ hoe het aanbod zo op maat kan worden gemaakt dat de aandacht wordt verlegd van klachten en beperkingen naar een beter welzijn. Hij ontwikkelde voor deze benadering drie prototypes: een huisbezoek, een flyer en social media. Mede op basis het van het onderzoek van zijn ateliergenoot Paula naar laaggeletterdheid, kwam hij tot de conclusie dat een huisbezoek de meest effectieve aanpak is. Een folder kan ook effectief zijn, mits goed afgestemd op de doelgroep en met een helder en eenvoudige beschrijving van het aanbod. Social media zijn voor de doelgroep minder geschikt. Hij raadt de gemeente aan de focus te leggen op de minder fitte oudere en de prototypes te testen.

Laaggeletterdheid en zorg
De laaggeletterdheid neemt toe. Als student Verpleegkunde was Paula vooral geïnteresseerd in hoe dit het gebruik van de gezondheidszorg in Ooststellingwerf beïnvloedt. Om de doelgroep goed in beeld te krijgen, ging ze met verschillende professionals in gesprek, onder wie een medewerker van de bibliotheek en een wijkverpleegkundige.

Ook bezocht ze het taalcafé. Hieraan nemen mensen deel voor wie Nederlands de tweede taal is. Dat zorgde ook in het onderzoek voor een taalbarrière. Meer via observaties dan gesprekken, kwam zij tot de conclusie dat deze doelgroep niet of nauwelijks bekend is met de gezondheidsstructuur in Nederland. In het Digitaalhuis komen voor mensen met een taalachterstand voor wie Nederlands de moedertaal is. Ook hier deed Paula onderzoek en anders dan de deelnemers aan het taalcafé bleek deze doelgroep goed in staat zijn weg te vinden naar verschillende vormen van zorg.

Wat de doelgroep volgens henzelf het beste helpt zijn tijd, rust en persoonlijke aandacht. Wanneer een zorgmedewerker aan een patiënt vraagt of deze informatie begrijpt, hoeft de patiënt zelf zijn beperking niet te benoemen. Daarnaast adviseert Paula aansluiting bij het project Vitale Regio, waarin ook aandacht is voor laaggeletterdheid. Dat kan bijdragen aan de bewustwording. Dat hier nog winst te boeken is, merkte Paula ook zelf tijdens haar onderzoek. De medewerker van de thuiszorgorganisatie die zij sprak, dacht aanvankelijk dat het in haar doelgroep niet voorkwam, maar kwam door het gesprek ook tot de conclusie dat ze er niet eerder bewust mee bezig was geweest en dat ze er anders over was gaan denken.

Regelingen en minima
Ook Anja en Harm richtten zich in hun onderzoek op een doelgroep die lastig in beeld te krijgen is: ouderen die aanspraak kunnen maken op minimaregelingen. Veel ouderen die hier recht op hebben, doen geen beroep op deze regelingen. De vraag die Anja en Harm wilden beantwoorden was hoe het gebruik kan worden gestimuleerd. Zij begonnen hun zoektocht naar de doelgroep bij de voedselbank en Humanitas. De eerste bleek de doelgroep niet te kennen. Ook Humanitas heeft de doelgroep niet direct in beeld. Zij adviseerde de studenten wel het woord armoede in hun verdere onderzoek te mijden, omdat dit kan stigmatiseren en daarmee deelname aan onderzoek kan beperken.

Met die tip in het achterhoofd zetten Anja en Harm een online enquête op die ze via verschillende Facebookgroepen deelde. Omdat hierop weinig respons kwam, besloten ze mensen actief te benaderen bij een supermarkt. Ook hiermee kregen ze de doelgroep echter nog onvoldoende in beeld. Ze legden hun probleem voor in twee Denktanks met deskundigen. Op basis hiervan verlegden ze het accent in hun onderzoek naar preventie en besloten ze een communitymap te maken. Community-mapping is een methode waarmee informele steun in buurten in kaart wordt gebracht door mensen hier met een kaart van de wijk of het dorp als hulpmiddel naar te vragen.

Anja en Harm maakten een Plan van Aanpak en besloten wanneer ze nogmaals op straat bewoners zouden aanspreken. Corona gooide echter roet in het eten. De uitvoering zal door een volgend atelier moeten worden opgepakt. Zelf spraken zij nog wel met medewerkers van het gebiedsteam en twee wethouders van binnen en buiten de gemeente Ooststellingwerf.

Uit het gesprek met het gebiedsteam kwamen conclusies die overeenkwamen met wat ze tijdens de vraaggesprekken bij de supermarkt hadden gehoord. Schaamte en trots spelen bij deze doelgroep een belangrijke rol. Ook de opvoeding weerhoudt mensen ervan gebruik te maken van regelingen. Kenmerkend zijn uitspraken als ‘vroeger redden we het ook met weinig’ en ‘je houdt je hand niet op, tenzij het echt niet anders kan’. Ook het beeld dat er anderen zijn die het moeilijker hebben en de hulp meer nodig hebben, houdt sommige ouderen tegen om aanspraak te maken op minimaregelingen.

De conclusie die de studenten op basis van hun onderzoek konden trekken is dat outreachend werken voor deze doelgroep heel belangrijk is, maar dat het goed in beeld krijgen van die doelgroep daaraan voorafgaand, de belangrijkste uitdaging blijkt.

Nieuwe inzichten en ideeën
Na de presentaties van de drie onderzoeksgroepen, was de algemene conclusie dat hun atelier nog maar eens heel duidelijk heeft gemaakt hoe moeilijk maar ook belangrijk het is om kwetsbare

doelgroepen te bereiken. Communitymapping lijkt een mooi instrument om ondersteunende structuren in beeld te brengen en in te zetten om mensen te bereiken. Ook hebben de onderzoeken laten zien hoe belangrijk het is om in gesprek te gaan met zowel de doelgroep, maar ook met collega professionals omdat dat je inzichten verbreedt.

Winst van een atelier in coronatijd was volgens de toehoorders dat de studenten hadden laten zien dat er online, ondanks alle beperkingen daarvan, toch nog veel kan worden bereikt. En dat creativiteit en flexibiliteit mooie, nieuwe oplossingen kunnen opleveren om mensen te ontmoeten en te luisteren.