Jongeren lopen niet te koop met eenzaamheid

2021: 16 januari

Doorbreken taboe blijft belangrijke sleutel voor succesvolle aanpak.

Vanuit vier verschillende studierichtingen bogen studenten zich in het sociaal atelier in De DOAS in Leeuwarden over het onderwerp Eenzame jongeren. De ‘creatieve speeltuin’ bleek een uitstekende thuisbasis in tijden van corona, omdat de studenten hier met elkaar konden blijven samenwerken terwijl veel andere gebouwen zo goed als op slot gingen. Dit verklaart mede waarom docenten, opdrachtgever gemeente Leeuwarden en veel andere toehoorders bij de presentatie van Over de Drempel zeer enthousiast waren over de bereikte resultaten. Dat de pandemie het onderzoek zelf af en toe flink in de weg zat, deed hieraan niets af.

Al eerder had het atelier voor de gemeente Leeuwarden gekeken naar het programma voor eenzame jongeren ‘Over de drempel’. Maar nog niet eerder gebeurde dit vanuit zo’n brede scoop. Vanuit vier opleidingen werd het onderwerp in DOAS onder de loep genomen. Naast studenten van de opleidingen Social Work en Bestuurskunde, deden er ook studenten mee van de opleiding HBO-V en van Finance & Control. De laatsten bekeken eenzaamheid vanuit de betekeniseconomie, waarmee het onderwerp voor het eerst ook in economische winst en verlies is vertaald.

Aanbod in beeld
De studenten bestuurskunde brachten via literatuuronderzoek het bestaande aanbod voor eenzame jongeren in Leeuwarden in beeld, vertelde Ulrika Hoogesteger. Ook onderzochten zij de behoefte aan ondersteuning onder deze doelgroep. Op grond hiervan besloten ze aanvankelijk een app te ontwikkelen waarmee jongeren met elkaar in contact kunnen komen om samen dingen te ondernemen. Dat idee lieten ze vallen nadat ze acht jongeren hadden geïnterviewd.

Uit de interviews werd duidelijk dat jongeren geen behoefte hebben aan een app en deze ook niet zouden downloaden. Zij willen elkaar vooral heel laagdrempelig fysiek kunnen ontmoeten. “Denk aan een zaaltje waar ze gewoon naartoe kunnen gaan. Ze bedenken vervolgens zelf wel wat ze daar gaan doen. Er hoeven dus geen speciale activiteiten te worden ontwikkeld.”

De studenten merkten in hun onderzoek hoe lastig het is om de doelgroep te bereiken. Zeker wanneer ontmoetingsplekken als Jimmy’s door corona zijn gesloten. Er rust nog altijd een enorm taboe op eenzaamheid onder jongeren. Het laatste wat ze willen is dat ze in dat hokje worden geplaatst. “Dan klappen ze direct dicht.”

Goede vrienden
Tot die conclusie kwamen ook de studenten die het onderwerp vanuit de minor Verslavingskunde onderzochten. Zij wilden weten of er een relatie is tussen verslaving en eenzaamheid. Daarbij keken ze niet alleen naar verslaafde jongeren, maar ook naar jongeren van verslaafde ouders. Een groep waarvoor volgens hen weinig aandacht is. Zij lopen niet alleen een veel groter risico op verslaving, maar ook op psychische-, gedrags- en cognitieve problemen.

Ook vanuit de minor Verslavingszorg werd eerst gedacht aan een app, maar ook zij kwamen er achter dat fysiek contact jongeren meer te bieden heeft. Voor jongeren met een verslaving is daarbij de kwaliteit van vrienden heel belangrijk. Als contact alleen geïnitieerd en gemotiveerd wordt door het gebruik van middelen, lost dit niets op. Zij raden de gemeente daarom aan een flyer te maken met informatie over het aanbod van goede ontmoetingsplaatsen in Leeuwarden. Liefst zo breed mogelijk, want dan zit er altijd iets aansprekends bij. De onbekendheid met het aanbod maakt nog te vaak dat jongeren er geen gebruik van maken.

Geef jongeren een gezicht
De studenten van HBO-V en Social Work stelden zichzelf als doel eenzame jongeren een gezicht te geven. Om goed doelgroepgericht te kunnen werken, maakten zij een aantal persona’s, fictieve mensen uit de doelgroep die staan voor de oorzaken van eenzaamheid, zoals financiële problemen, chronische ziekte en een verstandelijke beperking. Vervolgens koppelden ze op basis van interviews met jongeren aan de oorzaken ook kwaliteiten en behoeften.

De persona’s gaven ze vervolgens letterlijk een gezicht door grote posters te maken met teksten die jongeren aan het denken zetten, zoals ‘Eenzaamheid is twee keer zo dodelijk als alcohol’ en ‘Vrienden hebben is niet vanzelfsprekend’. Onderaan de poster staat waar ze meer informatie en/of hulp kunnen vinden. Een QR-code geeft ze direct toegang tot de website. Het zou volgens hen mooi zijn als op die website ook ervaringsverhalen staan van echte mensen. Dat versterkt het gevoel dat je niet de enige bent die zich in een bepaalde situatie bevindt. De posters zijn niet alleen bedoeld voor jongeren die zelf eenzaam zijn, maar kunnen ook anderen motiveren iets te doen voor mensen in hun omgeving van wie ze vermoeden dat die informatie of hulp kunnen gebruiken.

Waard om in te investeren
Vanuit de minor Betekeniseconomie onderzochten studenten of interventies om eenzaamheid tegen te gaan het waard zijn om erin te investeren. Op basis van gesprekken met en bij Jimmy’s keken ze welke scenario’s mogelijk effectief zijn. Hieruit kwamen een aantal mogelijke interventies naar voren. Zo ontdekten ze dat Jimmy’s goed werkt omdat jongeren zich er vertrouwd voelen. Ze voelen zich begrepen en er is aandacht voor hun persoonlijke ontwikkeling. Ze ervaren Jimmy’s als een opstapfunctie voor het leven in de maatschappij. Ook bleek dat niet alle, nu voor jongeren georganiseerde, activiteiten goed aansluiten bij de behoefte. Daarop namen de studenten een scenario mee, waarin jongeren hun eigen activiteiten organiseren.

Om kosten en baten af te kunnen wegen, onderzochten de studenten wat de kosten zijn als je niet investeert in de verschillende scenario’s. Wat zijn bijvoorbeeld de ziektekosten door eenzaamheid en van mentale problemen veroorzaakt door eenzaamheid, zoals depressie. Op basis van deze kosten-batenanalyse kwamen ze tot een investeringsplan. Hiervoor ontwikkelden ze een nieuw model, dat duidelijk maakt waarin de gemeente het beste kan investeren om zo veel mogelijk uit die investering te halen.

Verder onderzoek is volgens hen nog wel nodig om het model ook daadwerkelijk in te voeren. Zo raden ze de gemeente aan een volgend atelier uit te laten zoeken hoe het nog beter aansluit op de behoeften van jongeren. Ook zou nog in beeld moeten worden gebracht hoe organisaties willen bijdragen aan activiteiten en hoe die dan het beste gesubsidieerd zouden kunnen worden. Op grond van hun bevindingen kwamen ze tot de conclusie dat een investering in het tegengaan van eenzaamheid het effectiefst is wanneer het budget wordt verspreid over verschillende soorten categorieën activiteiten: jongerenactiviteiten als bij Jimmy’s, sport, op scholen en activiteiten georganiseerd door de horeca.

Eye-opener
Alle deelgroepen brachten hun aanbevelingen en conclusies samen in een hand-out voor de gemeente. Die was, net als alle aanwezigen, erg enthousiast over de wat de studenten boven tafel hadden weten te krijgen en de aanbevelingen voor hoe ze die kennis in de praktijk kunnen inzetten.

Uit de reacties van de toehoorders kwamen drie dingen duidelijk naar voren. Veel aanwezigen waren zich meer bewust geworden van de omvang en ernst van eenzaamheid onder jongeren, maar ook van de diversiteit van de doelgroep en hoe groot het taboe op eenzaamheid onder jongeren nog is. Ook de duidelijke behoefte aan fysieke ontmoetingen was voor een aantal toehoorders een eye-opener. Verder was er veel waardering voor de samenwerking tussen de verschillende opleidingen en de meerwaarde van het vanuit verschillende kanten belichten van het probleem.

Ook begeleidend docent Ieta Berghuis sprak over dat laatste haar waardering uit. De goede samenwerking tussen de studenten van de verschillende opleidingen in het DOAS heeft volgens haar zeker bijgedragen aan de waardevolle opbrengst van het atelier. De studenten gebruikten elkaars onderzoeken en dachten met elkaar mee. Dat zorgde niet alleen voor gezelligheid, maar ook voor de flexibiliteit en creativiteit die in deze lastige tijd nodig is om zo’n mooi resultaat te kunnen boeken.