Hoe bereik je jongeren en leer je ze kennen

2021: 14 januari

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) wil graag meer vraaggestuurd en preventief gaan werken. Dit in lijn met de wens van opvoeders en jongeren en met inzet van eigentijdse, meer aansprekende middelen en media. Onder de titel ‘Bouw mee aan een toekomstbestendige jeugdgezondheidszorg’ doet GGD Fryslân daarbij een hernieuwd beroep op de denk- en vernieuwingskracht van studenten. Waar eerder concepten werden opgeleverd voor 0-4 jarigen en kinderen in de basisschoolleeftijd, werd nu gekeken hoe je tieners het beste kunt bereiken en voorlichten. Twaalf studenten, van verschillende opleidingen en minoren, gingen de uitdaging aan en kwamen vanuit uiteenlopende invalshoeken tot mooie aanbevelingen en prototypes.

Drie onderwerpen werden in evenveel projectgroepjes, die onderling regelmatig afstemden, uitgewerkt. Te weten: omgaan met verleiding, stimuleren eigen regie en vroegsignalering. Als inmiddels beproefde methode maakten ze daarbij gebruik van design thinking. Oftewel het via onderzoek, brainstorms, terugkoppeling, ontwerpen en testen komen tot een mogelijke oplossing. In dit geval prototypen.  

Omgaan met verleidingen
Als eerste presenteerden Anna (Vaktherapie) en Robin (HBO-V), namens een groepje van vijf studenten, hun voorstel over hoe de jeugdgezondheidszorg jongeren (beter) kan helpen met verleidingen om te gaan. Niet toevallig een de actiepunten in het koersdocument van GGD Fryslân.  Ze beperkten zich in hun exercitie tot tot de bekende genotsmiddelen alcohol, roken en drugsgebruik, waar ongezonde voeding en bijvoorbeeld gameverslaving zeker ook tot de hedendaagse verleidingen behoren.  

Tijdens het design thinking traject kwam ‘Harm Reduction’ als de meest geëigende methode naar voren om jongeren te waarschuwen voor – en voorlichten over – het gebruik van genotsmiddelen. Harm Reduction – dus het beperken van het gebruik en de schade die genotsmiddelen kunnen veroorzaken –  sluit volgens Anna ook aan bij het weinig repressieve Nederlandse gedoogbeleid dat tot een relatief beperkt aantal drugsdoden leidt. “Op Frankrijk na telt Nederland de minste drugsslachtoffers van alle EU-landen”, toont ze aan de hand van een tabel. 

In de door de studenten geboden oplossing, staat het geven van voorlichting dan ook centraal. Dit in de vorm van een aantrekkelijk vormgegeven webomgeving – “we dachten zelf aan social media, maar uit onze enquête bleek een sterke voorkeur voor een website” – waarin de zes meest gebruikte genotsmiddelen (alcohol, cannabis, speed, xtc, cocaïne en lachgas) de revue passeren. Met informatie over gebruik en gevaren, maar ook met tips en persoonlijke verhalen. “Tests onder jongeren liet zien dat vooral de persoonlijke verhalen aanspreken”, aldus Robin die tot slot aangeeft dat de webomgeving zich ook leent voor uitbreiding met bijvoorbeeld aandacht voor gezonde voeding en een persoonlijke gezondheidsomgeving. 

Vroegsignalering
In dezelfde lijn presenteerden Ramon (HBO-ICT) en Sanne (HBO-V/minor Happy en Healthy Aging) hun oplossing voor het tijdig/vroeg kunnen signaleren van problemen onder jongeren. De jeugdgezondheidszorg heeft op twee momenten contact met tieners, op het 12e en 16e worden ze benaderd met een vragenlijst. Ook wordt er voorlichting gegeven op scholen. Verder kunnen ze zelf – of via hun ouders – bij de instantie aankloppen voor informatie en hulp. Online worden de jongeren van de nodige informatie voorzien via de website jouwggd.nl. Het groepje van Ramon en Sanne namen dit platform als uitgangspunt om te onderzoeken of deze website een meer prominente rol kan spelen in zowel het bereiken van jongeren als het geven van inzicht in hoe ze met hun gezondheid, relaties, emoties, lichaam en dus ook met genotmiddelen kunnen omgaan. 

Via het beproefde design thinking, waarbij onder meer de Scamper-methode en Six thinking Hats als onderzoeksmethoden werden benut, kwam het groepje tot de conclusie dat een meer eigentijdse webomgeving er voor kan zorgen dat jongeren de JGZ beter en vaker weten te vinden en de instantie veel over jongeren kan leren. “Dat begint met de naam van site te veranderen in mijnggd.nl”, aldus Ramon die vertelt dat dat de omgeving persoonlijker maakt en de betrokkenheid vergroot. Qua uitstraling/vormgeving kan het ook rustiger, eigentijdser en persoonlijker. Om de functie te verbeteren en betrokkenheid te vergroten stellen de studenten om polls op te nemen en jongeren persoonlijke ervaringen en tips te laten delen. Dus meer gericht op (h)erkenning en zelfhulp en minder op advies. De gemaakte prototypes bieden een mooi voorbeeld van hoe het ook anders, zeg maar persoonlijker en aansprekender kan anno 2021. “Aan een volgende groep om een en ander verder uit te werken”, aldus de studenten. 

Eigen leven in handen nemen
De derde, en laatste groep, studenten – vertegenwoordigd door Selen, Esra en Julia (Social Work) boog zich over de minst tastbare opdracht: het stimuleren van eigen regie onder jongeren. Wat houdt dat in? Wat doet de JGZ op dat terrein en hoe kan ze het voeren van regie over het eigen leven beïnvloeden? Ga er maar aan staan. Uit deskresearch, gesprekken en een enquête kwam naar voren dat de meeste jongeren, zeker in de leeftijdscategorie 12 – 18 jaar, er vooral graag bij willen horen. En dus beïnvloedbaar en minder weerbaar zijn. Wat grote gevolgen kan hebben voor hun leefstijl, gezondheid en ook eigenwaarde. 

Voor werkers in de jeugdgezondheidszorg is het belangrijk dat ze het gebrek aan eigen regie herkennen, zodat ze de achterliggende problemen beter kunnen plaatsen en verhelpen. Bijvoorbeeld via gesprekken, bewustwording en weerbaarheidstrainingen. De studenten kwamen dan ook met de meest voor de hand liggende oplossing: het aanbieden en uitwerken van een training ‘outreachend werken’ voor werkers in jeugdgezondheidszorg. Navraag leerde dat daar behoefte aan is.

Om een en ander te illustreren, presenteerden ze een flyer met achtergrond, insteek en doel van de training, inclusief het te volgen programma. 

Afsluiting
De presentaties werden afgesloten met een zogenaamd ‘rondje langs de velden’. Van de ruim dertig deelnemers aan het webinar, reageerde het merendeel met complimenten. Variërend van “mooie presentaties” en “hard gewerkt” tot “het werken in ateliers en met design thinking leidt tot verrassende inzichten en concrete resultaten.”

De opdrachtgever wist onder meer te melden ook zelf veel opgestoken te hebben van het doorlopen proces en met name het out-of-the box denken en de gebruikte onderzoeksmethoden. Wel vroeg één van de deelnemers zich af of – en zo ja in hoeverre – er rekening is gehouden met de werking van het puberbrein bij de aangereikte oplossingen. Daarop moesten de studenten het antwoord schuldig blijven, iets voor de volgende ronde…